standbeeld Helleputte te Maaseik embleem Gentse antisocialistische vakverenigingen met  middeleeuwse gildesymboliek
1890 Joris Helleputte, corporatisme en verzuiling
De start van het katholieke organisatienetwerk
eerste   vorige   homepage   volgende   laatste

Joris Helleputte (1852-1925) sociaal geëngageerd ingenieur en Leuvens hoogleraar architectuur, zocht zijn antwoorden in het middeleeuwse verleden! Als architect gaf hij richting aan de neogotiek, als sociaal bewogen voorman en politicus lanceerde hij het corporatisme.
Zijn voorbeeld waren de middeleeuwse gilden waarin zowel de meester als de gezellen van één en hetzelfde ambacht verenigd waren. Zo wou hij de klassentegenstellingen overbruggen en de burgerij, middenstand en boeren- en arbeidersstand samenbrengen. Hij construeerde een katholiek gebouw waarin elke stand zijn plaats had. Voor hem en zijn traditioneel katholieke omgeving ging het om het verbinden van de 'natuurlijke' verschillen in stand. De toenmalige leuze van de Boerenbond is sprekend: “Ieder voor Allen, Allen voor Ieder”.
Zijn belangrijkste instrumenten waren de ‘Gilden van Ambachten en Neringen’ (1878), de Boerengilde (=Boerenbond, 1890) en de oprichting van de Volksbond in 1891 vanuit de Werkliedenverenigingen en sociale organisaties. Met die Volksbond wou hij de overkoepeling van alle standen realiseren. Maar in de loop van de geschiedenis werd dit echter het eerste politieke onderdak van de christelijke arbeidersbeweging. In 1898 werd hij ook nog voorzitter van het Davidsfonds.

Zijn corporatistische oplossing lag tussen het Ultramontanisme, met J. de Hemptinne en de latere Christendemocratie met Daens in. Het was het eerste katholieke antwoord dat de sociale en economische verschillen tussen burgers accepteerde. Men beklemtoonde niet langer de 'morele minderwaardigheid' van armen en proleten, ook al bleef zedelijke verheffing primair. Die positie deelde Helleputte met de Gentenaar Arthur Verhaegen (1847-1917), zijn inhoudelijke dubbelganger. Verhaegen bereidde de weg van de Gentse christelijke arbeidersbeweging voor. Maar dan op zijn traditioneel getinte voorwaarden (godsdienst, eigendom en huisgezin als motto) vertrekkend bij de Anti-socialistische werkliedenbond, gesticht in 1891. Een christelijke vakbond die zich overduidelijk afkeerde van de socialisten!

De maatschappelijke ontwikkelingen haalden Helleputte's corporatistische model in. Het bleek niet stand te houden als antwoord op de groeiende sociale strijd. Wel bleef de ondertoon overeind: alle katholieken verzameld in één slagorde. Zodoende had hij de basis gelegd voor wat als 'verzuiling' tot diep in de tweede helft van de 20ste eeuw onze geschiedenis zou tekenen.
Tegenover de katholieke zuil zou een socialistisch en in veel mindere mate een liberaal netwerk van organisaties ontstaan. Leden werden via een reeks van verenigingen ‘van de wieg tot het graf’ bijeengehouden op grond van dezelfde levensbeschouwelijke of ideologische overtuiging. Het sociaal en cultureel werk is daarin één van de centrale actiegebieden geworden om dit zgn. 'middenveld' tussen burger en staat invulling te geven.
Tot in de jaren tachtig speelde die verbondenheid van de sociale werkers met hun 'zuil' en was die richtinggevend voor opleiding en praktijk.
Die inbedding is weg! Beleidsplanning door de overheid, fusieoperaties (zie bv. Centra voor Algemeen Welzijnswerk) en de klemtoon op zakelijk management, hebben de impact van de zuil afgezwakt. Ook de maatschappelijke achtergrond is door ontkerkelijking en pragmatisme radicaal gewijzigd. Vroeger reageerden mensen als 'lid' van hun sociale of culturele organisatie, nu stellen ze zich op als consument.
Toch lijkt het er soms op dat de zuilconstructie weer de kop opsteekt als sommigen beweren dat etnische zuilen allochtonen meer kans op integratie en emancipatie zouden kunnen geven.

Datum laatste wijziging :01-09-2016
Auteur(s): Wim Verzelen,
Verder studeren
Literatuur
Aanvullend materiaal
Links
Studieopdrachten Klik hier om de studieopdrachten te bekijken
eerste   vorige   homepage   volgende   laatste