1976 van COO naar OCMW
Van gunst naar recht
eerste   vorige   homepage   volgende   laatste

Door de wet van 8 juli 1976 werden de COO's omgevormd tot Openbare Centra voor Maatschappelijk Welzijn (OCMW's). Het gevolg was een fundamentele hervorming van de lokale zorg, die tot voorheen hoofdzakelijk op armen en behoeftigen was gericht. De nieuwe OCMW-wet bracht een paar radicale veranderingen mee:

  • hulp van het OCMW werd een recht voor iedere burger in het perspectief van een leven in menselijke waardigheid. Elke burger van een gemeente kan zich beroepen op steun van het OCMW;
  • de organisatie werd in handen gegeven van een OCMW-raad. Deze wordt samengesteld uit politici en is een afspiegeling van de uitslag van de gemeenteraadsverkiezingen. Parallel aan die verkiezingen wordt de OCMW-raad geïnstalleerd voor een periode van 6 jaar;
  • de taken van het OCMW werden ruim uitgetekend. Elk OCMW kan dit zelf concretiseren op grond van de lokale noden en behoeften. Het OCMW hoeft zich dus niet meer te beperken tot louter materiële en financiële ondersteuning, maar kan ook interventies ontwikkelen met het oog op sociale, juridische en psychologische begeleiding van cliënten. Het OCMW kan daarbij zowel preventief als curatief optreden;
  • de praktijk van het OCMW werd geprofessionaliseerd. De wet bepaalt dat elk OCMW een secretaris en een ontvanger heeft en minstens één maatschappelijk werker in dienst moet hebben.

De totstandkoming van de wet is in etappes gegaan. Een van de centrale schakels was de wet op het bestaansminimum dat vanaf 1974 door de toenmalige COO's werd toegekend aan behoeftige burgers. Voordien had men, via een wet uit 1965, al één en ander bijgesteld rond onderstandsdomicilie (het principe dat het OCMW van de gemeente waar de hulpbehoevende burger zijn hoofdvestiging heeft, de kosten van die hulpverlening op zich neemt) en de inhoud van ‘dringende hulpverlening’.

Het heeft zowat vijftig jaar geduurd vooraleer men de oude COO’s in het vaarwater van een snel veranderende samenleving kreeg. De uitbouw van de sociale zekerheid was in de eerste plaats verbonden met economische productiviteit: het recht om ondersteund te worden als men in een situatie van werkloosheid terecht kwam. De omvorming van COO (armen) tot OCMW (algemene ondersteuning) zou men dan ook kunnen lezen als een radicaal keerpunt. De wet op het OCMW richt zich op het opvangen van alle problemen die het ‘moderne leven’ met zich meebrengt, en dus niet alleen op wat met arbeid te maken heeft.

We kennen nog steeds OCMW's, maar inhoudelijk is er sinds 1976 veel aangepast. Het bestaansminimum noemen we nu leefloon. OCMW's hebben er nieuwe taken bijgekregen inzake maatschappelijke integratie (de zogenaamde integratiecontracten). Binnen de context van de actieve welvaartstaat krijgen OCMW's steeds meer de taak hun cliënten naar de arbeidsmarkt te begeleiden. En met het begrip sociaal huis wordt aandacht gevraagd voor toegankelijkheid van hulpverlening en het optimaal bereiken van de doelgroep (dus niet 'van 't kastje naar de muur sturen').
Om te vermijden dat er door gemeente en OCMW een verschillend sociaal beleid ontwikkeld wordt, is er in het nieuwe gemeentedecreet van 2005 opgenomen dat uiterlijk vanaf 2012 de voorzitter van het OCMW ook lid is van het schepencollege en zo de facto schepen van sociale zaken wordt.

Datum laatste wijziging :16-12-2015
Auteur(s): Jan Steyaert,
Verder studeren
Literatuur
Links
Studieopdrachten Klik hier om de studieopdrachten te bekijken
eerste   vorige   homepage   volgende   laatste