1552 Zorg voor wezen en vondelingen
Van vondelingenschuif naar adoptie en pleegzorg
eerste   vorige   homepage   volgende   laatste

Het is mooi als kinderen opgroeien in volwaardige gezinnen samen met hun biologische ouders, maar dat is lang niet altijd mogelijk. Nu niet door frequente echtscheidingen en wedersamengestelde gezinnen, vroeger niet door lagere levensverwachting en schrijnende armoede. De vroegste vormen van zorg voor kinderen zonder gezin vinden we aan het begin van de 16de eeuw. Zo werd in 1532 in Antwerpen een vondelingenhuis opgericht in de huidige Sint Rochustraat. Toen Karel de Vijfde in 1538 op inspiratie van Juan Luis Vives zijn ordonnantie uitvaardigde over armenzorg en opriep tot het inrichten van een gemene beurs, ging er ook aandacht naar wezen en vondelingen. Zorg voor hen moest vooral gericht zijn op het verwerven van economische zelfredzaamheid. Dat is een voorbode voor twee initiatieven die in de decennia na deze ordonnantie ontstaan.
Zo is er in 1552 het initiatief om in Antwerpen te starten met een scole voor jonge schamele meyskens. Het Maagdenhuis werd opgericht met steun van de koopman en latere burgemeester Jan van der Meeren. Het blijft tot 1882 actief en is nu nog te bezichtigen als het Maagdenhuismuseum. Iets later volgt eveneens in Antwerpen een initiatief voor jongens die wees zijn. Met steun van Johanna van Schoonbeke wordt in 1558 gestart met het knechtjeshuis waar weesjongens zorg en een opleiding krijgen. Het blijft tot 1879 actief.

In de negentiende eeuw krijgt zorg voor wezen en vondelingen een nieuwe wending. In 1811 vaardigt het Napoleontisch regime een decreet uit dat bepaalt dat in elk arrondissement een vondelingentehuis opgericht moet worden, inclusief een vondelingenschuif. In Antwerpen was er een vondelingenschuif actief van 1812 tot 1860. In 2000 nam Moeders voor moeders het initiatief om opnieuw te starten met een vondelingenschuif, gevestigd in de Helmstraat 93 in Borgerhout. Dat leidde tot heel wat discussie en onvrede, alsof een verzorgingsstaat nog zo’n instrument nodig heeft om radeloze ouders in staat te stellen anoniem van hun baby afstand te doen.
Helaas kent onze samenleving nog steeds vondelingen. Denk maar aan de stand-up comedian Lies Lefever die als baby in het slotklooster van de Clarissen achtergelaten werd. De afgelopen decennia werden meerdere jonge kinderen in de vondelingenschuif in Antwerpen achtergelaten. De OCMW-voorzitter is dan automatisch hun voogd tot er andere regelingen getroffen zijn. Deze baby’s worden dan via de vondelingenschuif opgenomen in pleeggezinnen of geadopteerd. Voor anderen liep het slecht af, zoals voor de baby die in 2008 stierf in een berghok van een Oostends appartementsgebouw of de baby die in 2009 in Gent dood in het kanaal gevonden werd.
Zowel bij de 19de eeuwse vondelingenschuif als in de huidige variant is het gebruikelijk dat ouders (of anderen die het kind achterlaten) een herkenningsteken achterlaten, bijvoorbeeld een doormidden gesneden speelkaart. Zo kan later eventueel opnieuw de relatie tussen kind en ouders (h)erkend worden.

Weeshuizen en vondelingenschuiven kennen we nog wel, maar slechts in beperkte mate en onder de naam Centra voor Kinderzorg en Gezinsondersteuning. Dat heeft enerzijds te maken met de gestegen levensverwachting en hogere welvaart. Ook als één van de ouders komt te overlijden, is er sprake van inkomenssteun via de verhoogde kindergeld voor wezen. Nog belangrijker is dat we nu een goed uitgebouwde pleegzorg en adoptieregeling kennen.

Publicatiedatum: 18-07-2011
Datum laatste wijziging :18-03-2016
Auteur(s): Jan Steyaert,
Verder studeren
Literatuur
Links
Studieopdrachten Klik hier om de studieopdrachten te bekijken
eerste   vorige   homepage   volgende   laatste