1976 Wetswinkels
Sociale rechtshulp op zoek naar institutionele erkenning
eerste   vorige   homepage   volgende   laatste

De sociale rechtshulp emancipeerde zich reeds lang voor het ontstaan van de welvaartsstaat als (gedeeltelijk) kosteloze juridische bijstand binnen de advocatuur. Tegen de achtergrond van de toenemende vraag naar toegankelijke en betaalbare rechtshulp in de allengs bureaucratiserende verzorgingsstaat zien we sinds de jaren ‘70 ook ontwikkelingen binnen het welzijnsveld. Bepaalde segmenten, zoals vakbonden en mutualiteiten, waren vele jaren voordien reeds actief.

Sindsdien zien we versnippering en fragmentering van de sociale rechtshulp, voortgestuwd enerzijds door de interprofessionele competitie tussen welzijnswerkers en advocaten om de zeggenschap over dit domein. Anderzijds is er het blijvende spanningsveld tussen universele en specialistische rechtshulp. In de eerste lijn gaat het idealiter om eerste informatie, advies en doorverwijzing. In de tweede lijn gaat de hulp- en dienstverlening meer in de richting van een ‘behandeling ten gronde’ en wordt zij uitgevoerd door advocaten, notarissen en deurwaarders. Sommige organisaties kennen een duidelijke beperking in één of meerdere rechtsdomeinen (bv. huurdersbonden, werkwinkels, ….). Andere initiatieven (OCMW, CAW, …) zijn actief in zowat alle rechtstakken.

Wetswinkels ontstonden eerst in Nederland op het einde van de jaren zestig. Zij waren geconcipieerd naar het Angelsaksische model van de neighbourhoud offices in de V.S. en Engeland (Londen). Hun ontstaansachtergrond was discriminatie: grote groepen van (arme) mensen kenden geen toegang tot het rechtssysteem of kregen geen adequate rechtshulp om allerlei financiële, psychologische of sociaal-culturele redenen.

De kritische sociale acties van die jaren waaiden later ook over naar het Vlaamse sociale werkveld. Linkse activisten (rechtenstudenten, progressieve advocaten, …) namen het voortouw met de oprichting van wetswinkels bij ons. Deze raakten echter nooit stevig geïnstitutionaliseerd. Van bij de start werden zij geplaagd door organisatie- en coördinatie problemen en inhoudelijke disputen over de wenselijke richting die zij moest uitgaan. Sommigen focusten individuele dienstverlening binnen (al dan niet specifiek) afgebakende domeinen; anderen benadrukten het multidisciplinair karakter juist als de exclusieve meerwaarde van hun werking. Nog anderen trachtten wetswijzigingen door te voeren, o.a. omdat zij (in competitie met de gevestigde advocatuur) degradatie van hun werking tot liefdadigheid vreesden. Deze vragen en discussies staan in Vlaamse congressen van 1976 (over rechtshulp in Leuven en Gent) en in 1982 (over wetswinkels, in Antwerpen) voorop.

De oorspronkelijke wetswinkels verdwijnen in de jaren ’80 stilaan van het sociaal en politiek toneel. Hoewel er vandaag nog ‘wetswinkels’ onder deze naam bestaan zijn de meesten onder hen opgegaan in meer categoriale werkingen. De wetswinkel van Leuven (sinds 1978) heeft bijvoorbeeld besloten zich alleen nog toe te spitsen op advies in verband met huurproblemen.

Ondanks de grote hervormingsplannen en uitdagingen binnen het domein justitie lijkt de maatschappelijke aandacht voor (sociale) rechtshulp ook vandaag veeleer marginaal. Het is in dit verband opmerkelijk dat het recht op juridische bijstand pas in 1994 in de grondwet wordt geschreven. Het brede veld van de (sociale) rechtshulp blijft vandaag bestaan als een versnipperd amalgaam waarin diverse sociale en traditionele organisaties naast elkaar bestaan. Te midden van dit alles moet de vraag gesteld worden naar de positie van de sociale werker binnen de sociaal-juridische dienstverlening. Het bestaan van een aparte optie maatschappelijke advisering (of SJD) in sommige sociale hogescholen kan helpen om de materiële hulpverlening als typisch taak- en werkdomeinen van de social worker opnieuw te profileren.

In een immer juridiserend welzijnslandschap is haar relevantie immers ontegensprekelijk. De huidige ideeën over sociaal-juridische bijstand lijken in de richting te gaan van meer (multidisciplinaire) samenwerking met accent op preventie en vroegtijdige interventie. Wat overigens te denken van hedendaagse grillen en ontwikkelingen richting e-rechtshulp?

Publicatiedatum: 18-08-2015
Auteur(s): Dries Claessens,
Verder studeren
Literatuur
Links
eerste   vorige   homepage   volgende   laatste