1978 Therapeutische chaos in het maatschappelijk werk
Van therapeutische specialisatie tot eclecticisme
eerste   vorige   homepage   volgende   laatste

Tussen de jaren 1960 en 1980 gaan maatschappelijk werkers in snel tempo begrippen, visies en theorieën ontlenen aan diverse psychologische en therapeutische stromingen om hun caseworkmethodiek verder te verrijken. Dit dwepen met psychotherapeutische referentiekaders moeten we begrijpen tegen de achtergrond van bestaande onvrede over de basisopleiding, maar ook binnen de wordingsgeschiedenis van de welvaartsstaat die de grote materiële problemen naar het rijk van de geschiedenis stuurt.

Het eerste paradigma dat het basale medisch-sociologisch referentiekader van Richmond kwam aanvullen, was afkomstig van de Freudianen. De eerste naoorlogse generatie sociaal werkers laafde zich aan het Freudiaanse casework van Hamilton, Hollis en Perlman. De hulpverlener had binnen dit kader vooral oog voor (onbewuste) intrapsychische processen en conflicten als basis van functioneringsproblemen. Diverse kritieken op dit denken gaven later de impuls aan de incorporatie van andere psychotherapeutische stromingen. Het leertheoretische paradigma kritiseerde vooral het vage begrippenapparaat van de psychoanalyse. Het benadrukte dat menselijk gedrag (later ook cognities en emoties) niet zozeer intrapsychisch aangestuurd, maar extern aangeleerd is. Ook deze benadering botste op kritiek. Sociale werkers bleken sceptisch omtrent de idee van gedragsmodificatie via externe stimuli. Mensen zijn toch intelligentere en complexere diersoorten dan de rat van Skinner of de hond van Pavlov? De humanistische benadering ontstaat als derde weg vanuit kritiek op het reductionistische mensbeeld dat zowel de Freudianen (‘een driftmonster’) als de behavioristen (‘een gedragsrobot’) hanteerden. Rogers benadrukte binnen zijn “client-centered benadering” het belang van menselijke factoren als luisterend sturen, echtheid, empathie en onvoorwaardelijke positieve acceptatie. Ook de Gestallttherapie van Perls, in België bekend geworden via de figuren van Georges Wollants, Georges Lambrechts en Richard van Egdom, kunnen we binnen deze humanistische traditie situeren.

Het “therapeutische welzijnswerk” vormt in grote mate de afzetmarkt van de voortgezette opleidingen (sociaal onderwijs van het korte type - sociale promotie). De eerste ontstaat in 1963 in Heverlee en onderscheidde vanaf 1975 aparte cursussen ‘gezinstherapie’ en ‘sociaal groepswerk’ binnen haar afdeling “social casework”. In de latere jaren ’60 en ’70 volgen andere instellingen zoals de Faculteit voor Mens en Samenleving in Turnhout (experiëntiële benadering), het IVC in Kortrijk (nadruk op Gestalt) en de Antwerpse Interactie-Academie (systeemtheoretisch gefundeerd).

Vooral de gezins- en systeembenaderingen, die de wisselwerking tussen mens en leefomgeving benadrukken, krijgen bij ons stevig voet aan de grond. Dit onder meer via het goed functionerend bijscholingsaanbod van pioniers als Nand Cuvelier (de axenroos!) aan de Antwerpse Interactie-Academie.

Het grillige karakter waarmee deze kaders elkaar beconcurreren en opvolgen verrijkt enerzijds de bestaande caseworkpraktijk, maar bemoeilijkt anderzijds de wording van een professie met een eigen herkenbaar gelaat. In het Postuniversitair Centrum Limburg start in 1977 een master in sociaal welzijnswerk die een vorming wil nastreven niet uitsluitend beperkt tot uitdieping en inoefening van één methodiek, maar die een kader wil uitwerken waarbinnen diverse benaderingswijzen vergeleken en gesitueerd worden. In 1978 organiseert het Verbond van Instellingen voor het Welzijnswerk vanuit dezelfde achtergrond een studiedag onder de veelzeggende titel “chaos in de hulpverlening” voor hulpverleners die dreigen verloren te lopen in de veelheid aan therapieën, hulpverleningsmethoden en -modellen. Inleider Jo Casselman telde er … 138 !

Hedendaags social casework schiet tegenwoordig meerdere richtingen uit. Aan de ene kant voert zij tot het systematiseren van een veelheid aan methodische stijlen onder de paraplu van het eclecticisme. Aan de andere kant illustreert de blijvende populariteit van het contextuele model en van jongere telgen aan de therapeutische boom (ervaringsgerichte psychosociale hulpverlening, het sociaal-ecologische model, mindfullness, coaching, …) dat het therapeutische denken niet weg is in welzijnsland. Het blijft voor de sociaal werker ook anno 2014 schipperen tussen therapeutische specialisatie en een meer generalistische praxis.

Publicatiedatum: 22-05-2014
Datum laatste wijziging :24-11-2014
Auteur(s): Dries Claessens,
Verder studeren
Literatuur
  • Stef Herman (2008), Onvoltooid verleden tijd,   geschiedenis van het social casework
  • L.J. Jagt (2008), Van Richmond naar Reid hoofdstukken 4 t/m 8
  • Wim Verzelen (2005), Sociaal Werk: in- en uitzichten Hoofdstuk 4
Links
Studieopdrachten Klik hier om de studieopdrachten te bekijken
eerste   vorige   homepage   volgende   laatste