1841 De eerste Krankzinnigenwetgeving
Opname `voor eigen bestwil`
    homepage   volgende   laatste
De eerste krankzinnigenwet van 1841 maakte het mogelijk mensen met afwijkend gedrag te laten behandelen door opname in een medische instelling. De wet was vooral bedoeld om de samenleving te beschermen tegen afwijkend gedrag en voorzag niet in rechtsbescherming van de patiënten zelf. Die werden 'voor hun eigen bestwil' gedwongen opgenomen.

Tot die tijd, nog tot ver in de 19e eeuw, heerste er volstrekte willekeur bij het opsluiten van krankzinnigen. De 'razenden' zaten vaak in hokken van drie bij tweeënhalve meter achter zware deuren met grendels en een ijzeren voerbak die buiten de cel met ketenen aan de muur vastzat. In zo'n hok stond alleen een 'krib met stro', zodat deze 'ongelukkigen genoodzaakt waren te staan of zich op de bodem te wentelen, wanneer zij niet de ganse dag in de krib wilden blijven liggen,' schrijft de jonge arts Schroeder van der Kolk in 1827 over het Utrechts Dolhuis, de latere Willem Arntsz Stichting.

De tijdgeest van de Franse revolutie bracht een zekere humanisering op gang. Tijdens de 'psychiatrische revolutie' vanaf 1800 werden in heel Europa de 'geestesgestoorden' langzamerhand ondergebracht in aparte instituten. De Nederlandse krankzinnigenwet van 1841 bepaalde dat alle dol- en gasthuizen tot ‘geneeskundige gestichten’ omgebouwd moesten worden. Voor acute gevallen werden snelle opnameprocedures mogelijk gemaakt met een In Bewarings Stelling (IBS), die door een burgemeester moest worden ondertekend. De wet regelde ook overheidscontrole op willekeur via twee inspecteurs, een ambtenaar en een arts.

In de nieuwe gestichten overheerste het geloof in genezing. De ideeën van de Franse 'zielkundig wetenschapper' Philippe Pinel en de Nederlandse arts/hervormer Schroeder van der Kolk kwamen neer op heropvoeding in de burgerlijke moraal. Patiënten moesten via een stelsel van beloning en straf gaan inzien dat hun gedrag niet deugde. Vooral Pinel was meester in psychische en morele beïnvloeding, waardoor krankzinnigen hun 'dwaling' konden gaan inzien.
Primitieve ketenen maakten plaats voor anderssoortige dwangmiddelen als 'lederen keurslijf', handboeien en dwangstoel. Ook 'medicamenten' als braakmiddelen, koude baden, en 'blaren trekkende Spaanse vliegen', werden ingezet. Via de Armenwet van 1854 kregen gemeenten de verplichting tot betaling van de behandeling. Burgemeesters waren tenslotte wettelijk verantwoordelijk voor de opsluiting van de patiënten. De regenten van de gestichten konden er zodoende zeker van zijn dat ze betaald werden.

In 1884 verscheen de uitgebreidere 'Wet tot regeling van het Staatstoezicht op Krankzinnigen en Krankzinnigengestichten'. Ook deze wet, die ruim honderd jaar bleef gelden, was vooral bedoeld om de maatschappij te beschermen tegen - al dan niet gevaarlijk - afwijkend gedrag. De patiënten verloren al hun burgerrechten en werden 'voor eigen bestwil' met een Rechterlijke Machtiging (RM) soms jarenlang gedwongen opgenomen, geheel overgeleverd aan het regime van (kerkelijke) regenten, bewakers en medici. Hetgeen niet zelden tot grote misstanden leidde.

De eerste ex-patiënte die - in 1892 - met succes een felle aanklacht tegen deze misstanden schreef was Johanna Stuten-Te Gempt. Vanaf het einde van de 19e eeuw verschenen er meer egodocumenten om wantoestanden aan de kaak te stellen, waarvan de bekendste die van de schrijfster Fré Domisse is, uit 1924. Maar pas een kleine eeuw later leidde het patiëntenprotest tot daadwerkelijke veranderingen met de Wet Bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen, Wet Bopz, die in 1994 in werking trad. De gekkenbeweging van 1970 en later stelde de gestichtscultuur aan de kaak en voor het eerst in de geschiedenis gingen ex-patiënten meepraten over nieuwe wetgeving in de Landelijke Werkgroep Krankzinnigenwet die leidde tot de Commissie van Dijk.

Eén van de grote inspirators van de gekkenbeweging was de Franse filosoof Foucault, die de 19e-eeuwse medici, Pinel voorop, verweet de dialoog met de waanzin te hebben verbroken. Het gevolg was een 'meedogenloze uitsluiting' van al het vreemde uit de westerse cultuur, aldus Foucault.

Publicatiedatum: 10-06-2014
Datum laatste wijziging :15-06-2016
Auteur(s): Petra Hunsche,
Verwante vensters
Verder studeren
Literatuur
  • PDF document Bakker, Catharina T., (2009), Geld voor de GGZ Dissertatie,Amsterdam.
  • PDF document Binneveld, J.M.W., en M.J van Lieburg (1978), 'De eerste psychiatrische revolutie in Nederland, een revolutie die niemand wilde.'  In: Tijdschrift voor psychiatrie, nr.1/78, blz. 517 - 534
  • Klippe, Hanneke van de (1997), Dwangtoepassing na onvrijwillige psychiatrische opname, een juridische beschouwing Academisch proefschrift (Amsterdam, 1997.
  • Vijselaar, Joost, en Timo Bolt (2012), J.L.C. Schroeder van der Kolk en het ontstaan van de psychiatrie in Nederland.  Amsterdam.
  • Onbekend, (1982), Voor Gek gehouden. Geschiedenis van de krankzinnigenzorg in Nederland. Catalogus van de Stedelijke Museum Gouda, Frans Halsmuseum Haarlem (1982)
Aanvullend materiaal
Links
Studieopdrachten Klik hier om de studieopdrachten te bekijken
Bewegende beelden

You Tube, 13 april 2014 | Een kleine geschiedenis van de psychiatrie. Gemaakt door de stichtign gek op werk.

    homepage   volgende   laatste