1996 Kwartiermaken: ruimte voor anders zijn
Doortje Kal
eerste   vorige   homepage   volgende   laatste

Er was een tijd dat mensen met psychiatrische problematiek opgesloten werden. Dat mag zelfs behoorlijk letterlijk genomen worden, psychiatrische instellingen waren lang niet veel meer dan gevangenissen. De 'dwang en drang' maatregelen die via Jolanda Venema en Brandon voor zo veel ophef zorgden, waren eeuwen lang schering en inslag. Het is Philippe Pinel die (gedeeltelijk onterecht) de eer toebedeeld krijgt om eind 18de eeuw de psychiatrische patiënten van hun ketenen te bevrijden. Het schilderij die dit gebeuren vastlegt geniet veel bekendheid.
Ontdaan zijn van ketenen wil nog niet zeggen uit de gevangenis of instelling. Langdurige opname is niet uitzonderlijk, zoals blijkt uit het verhaal van Karel Bongenaar. Het duurt nog tot ver in de twintigste eeuw voor langdurige opname in grootschalige instellingen ver buiten de stad ingeruild wordt voor vermaatschappelijking. Daarvoor moest er eerst forse kritiek op instellingshulp door bijvoorbeeld het werk van Erving Goffman en wat later de film one flew over the cuckoo's nest, alsook inspiratie komen vanuit Italië en Zweden waar langdurige opname vervangen werd door kleinschalige instellingen gericht op ambulante hulp.

Het was de toenmalige Amsterdamse wethouder Tineke van den Klinkenberg die er in 1983 een lans brak voor vermaatschappelijking van psychiatrische zorg. Daarbij was ook het Platform GGz Amsterdam en wethouder Ada Wildekamp betrokken. In 1984 volgde dan vanuit den Haag het beleidsdocument nieuwe nota geestelijke gezondheid waarin vermaatschappelijking als uitgangspunt gehanteerd wordt. Het was uitdrukkelijk de bedoeling dat de cliënt dicht bij huis en met zo min mogelijke onderbreking van sociale contacten geholpen wordt. De vermaatschappelijking werd enerzijds ingezet om economische redenen (veel langdurige opnames waren niet meer te betalen) en om humane redenen (hulp 'op de hei', weg van de samenleving, werd niet meer wenselijk geacht).

De beweging van langdurige opnames naar ambulante hulpverlening en begeleid zelfstandig wonen vroeg een behoorlijke aanpassing van de geestelijke gezondheidszorg. Maar het vroeg en vraagt ook een andere opstelling van de samenleving. Allerlei mensen met een psychiatrische problematiek komen immers in de wijk wonen, worden buren. Dat gaat niet zonder slag of stoot, en de reacties gaan van ronduit vijandig ("prima dat ze in de samenleving wonen, maar niet in mijn straat") tot aarzelend en afzijdig. In de jaren negentig ontstaan daarom verschillende initiatieven om wijken en buurten uit te nodigen gastvrij te zijn ten aanzien van burgers met een psychiatrische achtergrond. Zo ook in Zoetermeer waar Doortje Kal, toen preventiemedewerker van Riagg Haagrand, start met het project kwartiermaken. In 1996 schrijft ze het projectvoorstel, in 1997 gaat het initiatief van start. In 2001 promoveert Doortje Kal op onderzoek naar kwartiermaken en sindsdien is ze er vaandeldrager van geworden. Kwartiermaken wordt omschreven als het werken aan ruimte voor mensen met een psychiatrische achtergrond. Of, anders geformuleerd, als pogingen om een maatschappelijk klimaat te bevorderen waarin meer mogelijkheden ontstaan voor deze groep om erbij te horen naar eigen wens en mogelijkheden. Belangrijk element daarbij is het overwinnen van stigma, van vooroordelen.

De laatste jaren wordt kwartiermaken aangevuld met maatschappelijke steunsystemen. De doelstellingen van beide initiatieven zijn sterk aan elkaar verwant: de wijk gastvrij maken voor mensen met een psychiatrische problematiek. Deze mensen in de wijk opvangen (in plaats van op een ggz-campus buiten de stad) lijkt te lukken, maar hen ook door de wijk laten opvangen nauwelijks. Ze blijven te vaak geïsoleerd in de wijk wonen. Dat bleek onlangs nog maar eens uit onderzoek van onder meer Loes Verplanke en Jan Willem Duyvendak. De vraag is natuurlijk of dat dan moet leiden tot terug meer zorg in inrichtingen, of tot juist meer inspanningen inzake kwartiermaken en maatschappelijke steunsystemen.

Publicatiedatum: 04-01-2011
Datum laatste wijziging :07-04-2014
Auteur(s): Jan Steyaert,
Extra

Midden 2011 werd Doortje Kal benoemd tot bijzonder lector kwartiermaken aan de Hogeschool van Utrecht. Ook is de methode kwartiermaken opgenomen in de databank effectieve sociale interventies van MOVISIE.

Eind 2013 nam Doortje Kal afscheid van haar lectoraat met de rede & publicatie Verder met kwartiermaken

Literatuur
Links
eerste   vorige   homepage   volgende   laatste