2016 Worstelen met bekostiging palliatieve zorg
Pleidooi om te komen tot integrale financiering
eerste   vorige   homepage   volgende   laatste
‘Budgetplafonds voor hospicezorg: patiëntenstop dreigt.’ 'Hospicezorg in de gevarenzone.' En: ‘Tot 80% palliatieve zorg in ziekenhuizen niet vergoed.’ Zo maar drie koppen in de media, begin 2016. Het klinkt heftig, maar volgens staatssecretaris Martin van Rijn is er niemand die weigert eventuele bekostigingsproblemen rond palliatieve zorg in overleg op te lossen. Hoe dan ook, veel betrokkenen zijn het erover eens dat ‘geld’ en ‘palliatieve zorg’ al jarenlang een ingewikkelde combinatie vormen. Het belangrijkste punt: goede palliatieve zorg bestaat uit een combinatie van uiteenlopende vormen van zorg en ondersteuning. En die worden vaak uit verschillende potjes vergoed. Je moet soms dus improviseren om het goed op elkaar te laten aansluiten.

Op zich zijn de bekostigingsproblemen niet zo vreemd. Het gaat hier immers per definitie om complexe zorg met vele facetten. De financiering van palliatieve zorg is navenant complex. Deze loopt onder meer via diagnose-behandelcombinaties (DBC’s) in het ziekenhuis en de zogeheten zorgzwaartepakketten (ZZP’s) in verplegings- en verzorgingshuizen. De basisverzekering dekt de huisarts, het ziekenhuis, de medicatie en sinds 2015 ook de wijkverpleging. Hospices krijgen geld vanuit zowel de Wet langdurige zorg (Wlz, voorheen AWBZ) als de Zorgverzekeringswet (via de wijkverpleging). En soms komt de gemeente in beeld, bijvoorbeeld voor mantelzorgondersteuning en huishoudelijke hulp.

Naast problemen in de ziekenhuizen – vaak vanwege complicaties in het declareren van palliatieve zorg binnen de bestaande DBC-systematiek – is de financiering voor sommige hospices al langer een knelpunt. Dat heeft mede te maken met de bewuste keuze van de meeste Bijna Thuis Huizen – die tekenen voor het leeuwendeel van de hospicezorg – om geen status als ‘erkend zorgaanbieder’ te ambiëren. Dat geeft ze de ruimte om hun beleid zelf te bepalen. De keerzijde is dat ze niet in aanmerking komen voor reguliere bekostiging en het dus vooral moeten hebben van donaties, legaten en andere vormen van liefdadigheid. Veel hospices zijn zo ook begonnen. Zo werd de bouw- en aankoop van het eerste Bijna Thuis Huis in Nieuwkoop in 1988 ineens mogelijk door een legaat, waar niemand op gerekend had. Het hospice Rozenheuvel kwam er in 1994 dankzij een onverwachte schenking van 3 miljoen gulden, zo vertelde arts Ben Zylicz tijdens een van de getuigenpanels.

Voor huisvesting, kantoorkosten of opleidingen doen veel zelfstandige hospices aan fondsenwerving. Patiënten betalen meestal een eigen bijdrage, soms voor een deel vergoed uit hun aanvullende verzekering. Voor de huishoudelijke hulp maken sommige hospices afspraken met de gemeente. In 2001 adviseerde de Projectgroep Integratie Hospicezorg de regering om hospicezorg een duidelijke status te geven. Een eenduidig beleidsmatig antwoord was lastig, juist vanwege de keuze van veel organisaties om geen ‘erkend zorgaanbieder’ te zijn. Hospices konden voortaan desgewenst als onderaannemer van een thuiszorgorganisatie fungeren, waardoor in elk geval de professionele zorg via de thuiszorg kon worden vergoed. Een andere mogelijkheid is er vanaf 2007 via de subsidieregeling Palliatieve terminale zorg, waardoor hospices per cliënt een vergoeding voor de inzet van vrijwilligers kunnen krijgen.

Los van de specifieke complicaties in de hospicezorg, is er al sinds de jaren negentig discussie over de financiering van de palliatieve zorg. Passen de bestaande financieringsmogelijkheden bij de behoeften? Moet er een aparte ‘aanspraak’ komen, zoals het in bekostigingsjargon heet? Is het een goed idee om alles in één stelsel onder te brengen? In 2006 vroeg staatssecretaris Ross-van Dorp Berenschot een onderzoek te doen, dat VWS vervolgens meenam in het Plan van Aanpak Palliatieve zorg 2008-2010. In 2006 publiceerde ook het NIVEL een studie, en wel naar de rol van de zorgkantoren en netwerken palliatieve zorg. En beroepsorganisatie Palliactief deed in 2011 een duit in het zakje met de studie ‘Financiering & organisatie van palliatieve zorg: De pioniersfase voorbij?’ Daarin schrijven de auteurs: ‘Op basis van het onderzoek ontstaat het beeld van versnipperde financieringsstromen van palliatieve zorg.’ Volgens hen ervaren ‘zowel patiënten als zorgaanbieders […] problemen als gevolg van deze verscheidenheid van financieringsstromen.’ Het belangrijkste advies: realiseer een integrale bekostiging van palliatieve zorg.

In het verlengde van de recente hervorming van de langdurige zorg ontstonden in 2015 weer nieuwe discussies over geld. Zorgkantoren confronteerden hospices met budgetkortingen, omzetplafonds en lagere dagtarieven. De terminale thuiszorg kampte met vergelijkbare problemen. En in veel ziekenhuizen bleken delen van de zorg van palliatieve teams niet vergoed te worden vanwege de onduidelijke grens tussen actieve (lees: curatieve) behandeling en palliatieve zorg.

Over dit soort problemen wordt in Den Haag vervolgens druk gedebatteerd, onder meer tijdens een Algemeen Overleg op 28 januari 2016, mede naar aanleiding van een alarmerende reportage in Nieuwsuur op 22 januari. In een brief aan de Tweede Kamer (3 november 2016) geeft staatssecretaris Van Rijn een update wat er sindsdien is gebeurd. Hij schrijft dat het wettelijk systeem de wensen en behoeften van de cliënt ‘niet in de weg moet staan.’ De staatssecretaris kiest voor de pragmatische weg: ‘Ik denk […] dat de voordelen van het huidige stelsel opwegen tegen de nadelen. Mogelijke nadelen kunnen bovendien op een pragmatische manier worden aangepakt.’ Eén van de instrumenten daarvoor is het ‘praktijkteam palliatieve zorg’. Iedereen kan daar terecht met ‘signalen en knelpunten op het gebied van palliatieve zorg’. Het team bespreekt maandelijks de meldingen en mogelijke structurele oplossingen, schrijft Van Rijn aan de Kamer.

Intussen doet de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa), de instantie die over de bekostiging van de gezondheidszorg gaat, in opdracht van VWS onderzoek naar de gehele financieringsproblematiek in de palliatieve zorg. De afronding daarvan is gepland in het voorjaar van 2017, zo meldt de staatssecretaris. Het blijft nog spannend waar het uiteindelijk naartoe gaat. Biedt de pragmatische insteek van VWS ook volgens de NZa de beste aanpak? Of gaan we toch meer in de richting van een ‘eenduidige, patiëntvolgende, functioneel beschreven en integrale bekostiging’ die beroepsorganisatie Palliactief in haar rapport van 2011 zo vurig bepleit?

Publicatiedatum: 27-10-2016
Datum laatste wijziging :07-12-2016
Auteur(s): Marc van Bijsterveldt,
Literatuur
Aanvullend materiaal
Links
Studieopdrachten Klik hier om de studieopdrachten te bekijken
Bewegende beelden

Canon palliatieve zorg - getuigenissen
De uit Polen afkomstige arts Ben Zylicz was in 1994 nauw betrokken bij de start van een van de eerste hospices: Rozenheuvel in Rozendaal (bij Arnhem). Die start hing aan een zijden draad; een cheque drie miljoen gulden van nabestaanden van een oud-patiënt van Zylicz en een in allerijl opgetrommelde patiënt hielpen het hospice over de streep, waarna het kon uitgroeien tot één van de bekendste van het land.

eerste   vorige   homepage   volgende   laatste