1972 Voorbij de laatste stad
De eerste prille initiatieven in Nederland
eerste   vorige   homepage   volgende   laatste
Aan het roer dien avond stond het hart
en scheepte maan en bossen bij zich in
en zeilend over spiegeling
van al wat het geleden had
voer het met wind en schemering
om boeg en tuig
voorbij de laatste stad.

Gerrit Achterberg (intro uit: Afvaart)

In de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw legden drie ontwikkelingen het fundament van waaruit de palliatieve zorgverlening in Nederland zich kan ontwikkelen. De komst van de eerste hospices (1) en de oprichting van vrijwilligersorganisaties (2) die zich specifiek richtten op de ondersteuning van ongeneeslijk zieken en hun naasten, sluiten naadloos aan bij het initiatief van Stichting Voorbij de Laatste Stad (3) die een experiment startte met een speciale unit voor terminale patiënten in het Rotterdamse verpleeghuis Antonius-IJsselmonde.

De Stichting Voorbij de Laatste Stad, genoemd naar een dichtregel uit een gedicht van Gerrit Achterberg, was mede opgericht (in 1972) door de bevlogen radioloog, Brigitte van der Werf-Messing. Haar werk in de Daniel den Hoedkliniek in Rotterdam én enkele bezoeken aan hospices in Engeland inspireerde haar tot gedachten over verbetering van de zorg voor stervenden. Deze zorg zou geconcentreerd kunnen worden op een afdeling, vond zij. Ze vond de geneesheer-directeur Frits Oostvogel van verpleeghuis Antonius-IJsselmonde aan haar zijde; het verpleeghuis koos ervoor hiermee ervaringen te willen opdoen en startte een aparte afdeling voor terminale patiënten. Het project kreeg aandacht van de Ziekenfondsraad, die het tussen 1979 en 1984 financierde (4,2 miljoen gulden voor vijf jaar), onder andere op de voorwaarde dat er onderzoek verricht werd naar de ervaringen van patienten en personeel. Coördinator en psycholoog Hansje Bruning (1929-1999) schreef er menig rapport en boek over vol. Het was voor het eerst in de historie van het Ziekenfonds dat er een project rondom ‘sterven’ werd gefinancierd. Een eerder verzoek van Antonius-IJsselmonde, in 1975, was afgewezen. Het geld voor de aparte afdeling voor terminale patiënten van Antonius-IJsselmonde kwam de eerste jaren vooral van de gemeente Rotterdam.

Bruning speelde ook een belangrijke rol in één van de andere ontwikkelingen. Zij was, namens de Stichting Voorbij de Laatste Stad, in 1984 één van de twee oprichters van de Stichting Landelijke Samenwerking Terminale Zorg (SLSTZ), de voorloper van de Landelijke Stichting Vrijwilligers Terminale Zorg die later werd omgedoopt tot de vereniging van Vrijwilligers Palliatieve Terminale Zorg Nederland. De andere oprichter was de Enschedese Stichting Leendert Vriel.
Deze Stichting was opgericht door Els Koldewijn, echtgenoot van naamgever Leendert Vriel, die in 1971, op 28-jarige leeftijd, te horen krijgt dat hij kanker heeft en nog maar enkele maanden te leven heeft. Uiteindelijk worden dat vijf jaren, maar één wens verandert niet: Vriel wil thuis sterven. Zijn vrouw, Els Koldewijn, is verpleegkundige en wil hem in die wens – vrij bijzonder voor die tijd – ondersteunen. Zij krijgt daarbij vrijwillige hulp van enkele collega’s. Dit inspireerde haar tot de oprichting van de Stichting Leendert Vriel.

Met de oprichting van de SLSTZ gaven de Stichting Voorbij de Laatste Stad en Stichting Leendert Vriel een podium aan een aantal (vrijwilligers)organisaties die sinds 1980 waren opgericht, met als doel ongeneeslijk zieken en hun naasten thuis en/of in instellingen te ondersteunen. Andere leden van het eerste uur waren bijvoorbeeld Stichting Terminale Thuiszorg Amsterdam, de AVVL (Arbeiders Vereniging voor Lijkverbranding, na een fusie in 2001 met de Nederlandse Uitvaart- en Verzekerings Associatie (NUVA) in Yarden) en twee ziekenhuizen (St. Antonius Ziekenhuis in Nieuwegein en het Reynier de Graef Gasthuis, locatie St. Hippolytus in Delft).

Zorgden de bezoeken die Van der Werf-Messing aan Engelse hospices bracht indirect tot een langdurig traject in een Rotterdams verpleeghuis, de bezoeken van priester Rob van Hellenberg Hubar aan het Verenigd Koninkrijk leidden allereerst tot de oprichting van de Stichting Elckerlijck (‘een stichting voor bewustwording rondom leven en sterven’) en daarna tot promotionele én praktische activiteiten om hospicezorg in Nederland van de grond te krijgen. Kort nadat Pieter Sluis met zijn hospicegroep in Nieuwkoop startte, vond Hellenberg Hubar het Leger des Heils bereid in hospicezorg te investeren. Het leidde in 1994 tot hospice Rozenheuvel in Rozendaal (bij Arnhem). De Stichting Elckerlijck ging in 2006 op in de vereniging van Vrijwilligers Palliatieve Terminale Zorg Nederland. Het gedachtegoed van Elckerlijck, gericht op de bewustwording van sterfelijkheid, klinkt nog enigszins door in Elckerlijck-lezingen (2007-2013) en het Elckerlijck-congres (2015). Deze worden door VPTZ Nederland georganiseerd.

Publicatiedatum: 21-08-2016
Datum laatste wijziging :16-12-2016
Auteur(s): Rob Bruntink,
Verder studeren
  • Aarnoudse, J. (1999), Tijd als geschenk. 15 jaar Vrijwilligers Terminale Zorg . Uitgave VTZ Nederland.
  • Bruning, H. & Klein Hesselink, J. (1986), Omgaan met sterven. Samen leven, samen sterven . Zorn Uitgeverij, Leiden.
Literatuur
Aanvullend materiaal
Links
Studieopdrachten Klik hier om de studieopdrachten te bekijken
Bewegende beelden

YouTube, 15 oktober 2015 | Els Koldewijn vertelt over de dood van haar man en het ontstaan van de Leendert Vriel Stichting.

eerste   vorige   homepage   volgende   laatste