2006 Huize Agnes
Opvang van vrouwen zonder verblijfsvergunning
eerste   vorige   homepage   volgende   laatste
Sinds 2006 kunnen vrouwen zonder verblijfsvergunning met hun kinderen terecht in Huize Agnes in Utrecht. Huize Agnes is vernoemd naar Agnes van Leeuwenberch die in de zestiende eeuw haar nalatenschap bestemde voor de oprichting van een gasthuis voor de verpleging van pestlijders. De hedendaagse Agnes, Henny van den Nagel (1939), besloot al bij leven om haar nalatenschap te besteden aan kwetsbare vrouwen en kinderen zonder verblijfsvergunning. Zij startte Huize Agnes om hen tijdelijk een veilige plek te bieden waar zij in rust vorm kunnen geven aan hun toekomst in Nederland of land van herkomst.

De vreemdelingenwet uit 1849 bepaalde voor het eerst wie in Nederland mocht blijven en wie ongewenst was. Tot de jaren dertig van de twintigste eeuw bouwden vreemdelingen nog relatief gemakkelijk een bestaan in Nederland op. Als ze niet in hun eigen levensonderhoud konden voorzien, deden ze een beroep op de armenzorg of staatskas.

Eind jaren dertig werden wetten strenger en dook voor het eerst het begrip illegale vreemdeling op bij Joodse vluchtelingen die toestemming nodig hadden om in Nederland te verblijven. Vanaf het midden van de jaren tachtig nam het aantal asielaanvragen toe en werden procedures langer en de wetgeving strenger. De groep afgewezen asielzoekers en arbeidsmigranten zonder verblijfsvergunning bleef echter groeien tot ongeveer 100.000 in 2014. Zo’n twintig procent van hen is vrouw. Jaarlijks komen er waarschijnlijk zo’n 5000 mannen en vrouwen bij van wie een groot deel zelfredzaam is omdat ze zwart werken of worden gesteund door familie en vrienden. Het toenemende aantal restricties maakte het leven zonder verblijfsvergunning er echter niet eenvoudiger op. Een groeiende groep werd afhankelijker van particulieren die zich inzetten voor mensen zonder verblijfsvergunning.

Henny van den Nagel verdiende als verpleegkundige meer dan ze zelf nodig had en ze merkte dat ze niet gelukkig werd van geld uitgeven aan dure spullen. Ze besloot te sparen en deed dit zo voortvarend dat ze in staat was het opvanghuis zelf te financieren, met hulp van enkele fondsen. Het geld van fondsen en andere donateurs bleef een voorwaarde voor het voortbestaan omdat de financiële bijdrage van de gemeente niet toereikend is. Kort na de opening in 2006 vertelde ze aan een journalist dat goed doen voor een ander eigenbelang is. Ze refereerde daarmee aan de econoom John Forbes Nash die zei dat investeren in de zwakkeren altijd ten goede komt aan de samenleving.

Van den Nagel wist in de loop der jaren zo’n dertig vrijwilligers aan zich te binden die Huize Agnes overeind houden. Er zijn vrijwilligers die vrijwel dagelijks aanwezig zijn en de vrouwen en kinderen begeleiden bij het dagelijkse Nederlandse leven, er zijn klusjesmannen en een fietsenmaker die ook fietsles geeft, een fondsenwerver en een Raad van Toezicht. Huize Agnes is weliswaar een particulier initiatief en wordt gerund door vrijwilligers, maar het heeft zich een plek weten te verwerven in de Utrechtse keten van organisaties die hulp bieden aan mensen zonder verblijfsvergunning. In 2013 zocht Van den Nagel, inmiddels bijna 75, contact met een Utrechtse instelling voor maatschappelijke opvang en droeg zij een deel van haar werk over.

Nederland kent in totaal zo’n dertig organisaties die mensen zonder verblijfsvergunning opvangen. Sommige organisaties hebben plek voor 1 gezin, andere organisaties hebben meer dan 100 bedden. Naast Huize Agnes zijn er in Nederland nog vier huizen speciaal voor vrouwen en hun kinderen. Utrecht biedt verreweg de meeste opvang en ontvangt ook de meeste gemeentelijke financiering ten opzichte van andere steden.

Publicatiedatum: 01-09-2014
Datum laatste wijziging :21-11-2015
Auteur(s): Suzanne Hautvast,
Verwante vensters
Verder studeren
  • Externe link Corrie van Eijl (2012), Tussenland. Illegaal in Nederland, 1945-2000.  Hilversum: Verloren.
  • Interview (2006), ‘Goed zijn voor een ander is eigen belang’. Interview met Henny van de Nagel. Tijdschrift Genoeg, nr. 59, december 2006-januari 2007.
Literatuur
Links
Studieopdrachten Klik hier om de studieopdrachten te bekijken
eerste   vorige   homepage   volgende   laatste