2016 Afscheid van ’allochtoon’
WRR stelt voor het begrip niet meer te gebruiken
eerste   vorige   homepage   volgende   laatste
Uitboorling. Medelander. Biculturele burger. Nieuwe Nederlander. Lang is de lijst met alternatieven die het containerbegrip allochtoon naar de linguïstische jachtvelden had moeten voeren. De term is uit de gratie geraakt, heeft een negatieve bijklank gekregen en dekt de lading niet meer.

De laatste suggestie komt voor rekening van het Centraal Bureau voor de Statistiek en de Wetenschappelijke Raad voor bet Regeringsbeleid (WRR). Beide instanties schrappen met onmiddellijke ingang ‘allochtoon' en 'autochtoon' en westers versus niet-westers uit hun jargon. Ze spreken vanaf nu van 'personen met een migratieachtergrond'. Hoewel hel kabinet hun adviezen niet hoeft over te nemen, bepalen deze organisaties de lijn van het woordgebruik in Den Haag.

Met deze taalkundige voorzet, gedaan in de verkenning Migratie en classificatie. Naar een meervoudig migratie-idioom heeft de WRR ook een debat op gang willen brengen. Dat is gelukt, maakt Engbersen op uit alle reacties op sociale media en de berichtgeving in de pers. 'Dit is ook een uitnodiging aan de samenleving: laat van je horen, vind er iets van. Wij pleiten er wel voor om waar nodig 'migratieachtergrond' te preciseren, bijvoorbeeld een Turkse of Noord-Amerikaanse achtergrond. We hoeven het dat begrip ook niet voor eeuwig tot in de eeuwigheid vast te leggen.'

Zoiets valt ook niet op te leggen. De samenleving verandert en de taal verandert mee. Het begrip 'allochtoon' was in 1971 gemunt door de sociologe Hilde Verwey-Jonker als een neutrale tegenhanger voor gastarbeiders, buitenlanders en immigranten. De WRR volgde die lijn en publiceerde in 1989 een nota met de veelzeggende titel Allochtonenbeleid.

Het woord komt van de Griekse woorden allos ('ander') en chloon ('land') en werd als zodanig in 1961 door Van Dale opgenomen, zij het vooral als geologische aanduiding, van bijvoorbeeld de herkomst van stoffen.

In dertig jaar lijd bladderde het neutrale karakter in hoog tempo af. De allochtoon kwam in een allengs rechtser politiek klimaat meer en meer onder vuur en liet zich bovendien steeds slechter onder dezelfde noemer vangen. De Allochtonenkrant herdoopte zich in 2002 tot Multined en liet zijn tienduizend lezers weten: 'Troetelallochtonen behoren tot het verleden. Na jaren van positieve discriminatie kunnen we elkaar aankijken als volwassenen.' De allochtoon moest niet meer als een slachtoffer worden beschouwd. Bovendien wilde het blad evengoed worden gelezen door yuppen in een vinexwijk.

Andere media zouden volgen. De Belgische krant De Morgen deed de allochtoon in 2012 in de ban, omdat het woord voor zowel alles als niets stond. Een 'ruiswoord', zogezegd. 'Hel was een reden geworden om niet verder te onderzoeken hoe het precies zit', legt hoofdredacteur Bart Eeckhout uit.

De Volkskrant mijdt het woord sinds mei 2016, en schreef toen al veel minder over allochtonen dan voorheen Vorig jaar kwam het woord 59 keer op de pagina's voor, in 2006 was dat nog 163 keer. Bij De Telegraaf, NRC Handelsblad en Trouw is dezelfde trend zichtbaar.

De term allochtoon is inmiddels een 'vaag containerbegrip', en allang niet meer neutraal, zegt Volkskrant-ombudsvrouw Annieke Kranenberg. 'Mensen worden op een hoop gegooid, wat ook nog stigmatisering in de hand kan werken. Als er toch behoefte aan een verzamelbegrip, dan volstaat verwijzen naar een 'migrantenafkomst', zoals de overheid nu wil doen. Zeker, er is het risico dat 'migrant' op den duur ook een negatieve bijklank krijgt. Maar dat is geen reden om vage, ouderwetse en besmette woorden te blijven hanteren.'

Belgische studenten, Indiase expats, Syrische vluchtelingen: elk is om een andere reden hier gekomen. Dus kun je ze onmogelijk onder één noemer vangen, zegt Engbersen van de WRR. 'Je moet niet eens proberen een nieuw begrip voor allochtoon uit te vinden, dat is er niet. Je moet er vooral afscheid van nemen.’

Dit artikel is overgenomen uit de Volkskrant van 2 november 2016.

Publicatiedatum: 04-11-2016
Auteur(s): Pieter Hotse Smit, Mark Misérus,
Verwante vensters
Literatuur
Aanvullend materiaal
Links
eerste   vorige   homepage   volgende   laatste